Milieuprestatie voor gebouwen wordt 1 juli 2021 aangescherpt

Met ingang 1 juli 2021 treedt een wijziging van het Bouwbesluit 2012 in werking: de aanscherping van de Milieuprestatie voor gebouwen (MPG). Hierdoor moeten bouwers meer circulair en milieuvriendelijker gaan bouwen. De wettelijke eisen zullen stapsgewijs worden aangescherpt en het streven is de norm uiterlijk in 2030 te halveren (van 1,0 naar 0,5 te brengen). Onderzocht wordt ook hoe de wettelijke eisen verbreed kunnen worden van nieuwbouw naar renovaties en naar andere gebruiksfuncties dan alleen wonen.

Aanscherping milieuprestatie voor gebouwen

Per 1 juli 2021 wordt de milieuprestatie voor nieuwe woningen aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Dit betekent dat er milieuvriendelijker en meer circulair moet worden gebouwd. Het doel is om de eis stapsgewijs scherper te stellen en uiterlijk in 2030 te halveren. In 2050 willen we namelijk een klimaatneutrale en circulaire gebouwde omgeving realiseren. De eis wordt niet alleen aangescherpt: op dit moment wordt ook de mogelijkheid onderzocht om de milieuprestatie-eis uit te breiden naar andere gebruiksfuncties en naar renovatie. Daarnaast heeft Minister Ollongren aangekondigd te bepalen hoe de waardering van de milieueffecten van de opslag van CO2 in biobased materialen, waaronder hout, kan worden opgenomen in de nationale systematiek.

Stimuleren

Behalve via normering wordt milieuvriendelijk en circulair bouwen ook gestimuleerd via fiscale instrumenten zoals de Milieu InvesteringsAftrek (MIA), een fiscale stimulans voor bouwen met een lage milieu-impact. Daarnaast wordt in de Regeling Groen Projecten, een stimuleringsprogramma voor beleggen of sparen in duurzame en innovatieve (bouw)projecten, bouwen met een lage milieu-impact ook opgenomen. Ook ondersteunt de regeling Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) projecten voor de vervanging van fossiele grondstoffen door biobased grondstoffen.

Samenwerken

Om bedrijven te helpen bij het kunnen voldoen aan de wettelijke eisen werkt het ministerie van BZK samen met andere partijen, zoals universiteiten en hogescholen, bouwbedrijven en andere overheden aan de Strategische verkenning biobased bouwen en de City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen. Daarnaast werken partijen samen in de buyer groups duurzaamheid aan een gedeelde marktvisie en -strategie en uiteindelijk een concrete aanbesteding. Binnen het project Samen versnellen wordt met elf organisaties (rijksoverheid, gemeenten en bouwers) gewerkt aan het ontwikkelen van het nieuwe, circulaire, normaal. Het laat zien wat er al goed is te realiseren op het gebied van circulair bouwen en per project kunnen partijen streven naar een hogere ambitie. Het niveau van ‘Het nieuwe normaal’ wordt de komende jaren bepaald op basis van de praktijk, namelijk de 100+ projecten bij de deelnemende partijen.

Meer lezen

Wij doen dit al

Na-isoleren om de warmtevraag van woningen te beperken: hoe ver ga je daarin? Demissionair minister Ollongren heeft hiervoor een Standaard opgesteld en naar de Tweede Kamer gestuurd. Ook zijn er streefwaarden bepaald,VDZ Projecten doet dit al in bestaand, bedoeld als referentie voor wat als goede en toekomstvaste woningisolatie kan worden beschouwd.

Standaard

Met de Standaard wordt bedoeld het niveau van isolatie dat een woning in 2050 zou moeten hebben. Dat niveau is zo bepaald dat woningen gebouwd ná 1945 met lage temperatuurverwarming (een aanvoertemperatuur van 50 graden voor ruimteverwarming) uit de voeten kunnen. Uitgangspunt is dat er binnen de bestaande constructie wordt geïsoleerd. VDZ projecten heeft een vooruit ziende blik en onze klanten kunnen rekenen op een goed resultaat

Bij woningen van 1945 en ouder kan dat vaak niet vanwege het ontbreken van een spouw. Onzin VDZ projecten weet wel beter, Daarom is de Standaard voor die categorie minder strikt. Maar er geldt dan ook dat die categorie woningen zonder extra maatregelen níet op lage temperatuur kan worden verwarmd. Een tweede knip betreft eengezinswoningen en meergezinswoningen. Ook speelt de compactheid van de woning mee bij de Standaard, die wordt uitgedrukt in kWh/m2.

Streefwaarden

Naast een Standaard voor warmtevraag van de gehele woning zijn er ook streefwaarden ontwikkeld voor afzonderlijke bouwdelen zoals vloer, ramen, buitenmuren en dak. Ook is er een streefwaarde voor kierdichting en ventilatie. Deze streefwaarden zijn bedoeld om een toekomstvaste referentie te geven voor deze afzonderlijke bouwdelen. Isoleren van een bouwdeel naar deze streefwaarde zorgt ervoor deze in de toekomst niet nog eens hoeft te worden aangepakt. De streefwaarden helpen ook om keuzes te maken als een woning in etappes wordt verduurzaamd. Wij zitten nu al aan Dak RC 8 Vloer RC 5,5 Gevels RC 6,0

Ramen en deuren is een advies triple maar dubbel HR ++ of vacuüm kan ook
Ventilatie natuurlijk of gestuurd maar we adviseren gestuurd
Kierdichting op Zwitserse precisie alle tapen bij ons binnen kort ook verkrijgbaar voor de zelfbouwer

Bij het halen van deze waarden wordt de Standaard ruimschoots bereikt, zo valt te lezen in de memo ‘Standaard en Streefwaarden uitkomst traject begeleidingscommissie’. “Anders gezegd: bij aanpak van een bouwdeel tot de Streefwaarde, kan meestal de aanpak van een of meer andere delen achterwege blijven. Een stapsgewijze aanpak vergt meer aandacht voor vocht en schimmelproblematiek.”

Daarnaast worden ook nog waardes genoemd die zouden moeten gelden als minimaal te halen niveaus, waarbij dan wél álle maatregelen moeten worden genomen om tot de Standaard te komen. Dat zijn deze:

Verplichting aan volgend kabinet

Een volgend kabinet mag beslissen of het verplicht wordt voor verhuurders om in 2050 aan de Standaard te voldoen. Een eventuele verplichting voor eigenaar-bewoners lijkt Ollongren op zijn vroegst aan de orde in 2025 bij de evaluatie. “Dat is ook zo afgesproken in het Klimaatakkoord. De Standaard is dan als het goed is geen nieuw fenomeen meer, maar vervult een informele maar belangrijke rol bij taxaties, koop en verkoop, en afwegingen omtrent uit te voeren
onderhoud. Ook is er dan meer duidelijkheid over de eventuele nadere Europese voorstellen voor regulering van de energieprestatie en energiebesparing in de bestaande gebouwde omgeving”, schrijft zij als besluit van de kamerbrief.

Hoppa daar gaan we weer veel te laat het afgelopen jaar hebben velen geïnvesteerd door aannemers de woning te verbeteren zonder eisen aan deze dat wij de focus hierop hebben liggen is onze duurzame keuze om het beter te willen doen

Draagvlak komt er vanzelf als de energie nota onbetaalbaar wordt

Maar wat doen we aan energie armoede mensen die het niet kunnen betalen hoe doen we dat?
Een begeleidingscommissie met een brede vertegenwoordiging van partijen is betrokken geweest bij de onderzoeken en afwegingen om tot een Standaard voor goede en toekomstvaste woningisolatie te komen. Het voorstel kan rekenen op draagvlak bij Bouwend Nederland, NVDE, Techniek Nederland, Woonbond en VNG. Aedes en Vastgoed Belang zouden graag een minder ambitieuze Standaard zien. Stroomversnelling ziet graag een meer ambitieuze Standaard. Vereniging Eigen Huis onthoudt zich van een oordeel.

Meer lezen

Goed isoleren van uw woning

Er is niets zo vervelend als tocht. Veel warmte gaat vaak verloren via de muur. En dat is zonde. Maar nóg meer gaat verloren via je dak. Omdat warmte zich altijd een weg naar boven baant. De warmte die vanuit de verwarmde ruimtes opstijgt naar boven gaat vervolgens via die slecht geïsoleerde en tochtdoorlatende zoldervloer naar de zolder om daar weer voor een groot deel te verdwijnen naar buiten. Zonde van de energie en van het geld dat die heeft gekost! Het is dus slim om – wanneer je van plan bent te investeren in isolatie – te beginnen met je dak.

Energiebesparende woning behoeft goede isolatie

Warmte stijgt op dus door je dak te isoleren kun je jaarlijks veel energie besparen. Als je je huis gaat verduurzamen is het verstandig om altijd van boven naar beneden te kijken, dus begin bij je dak! Tot 30% van de warmte gaat door het dak verloren. Bijkomend voordeel is dat door dakisolatie de zolder beter bewoonbaar wordt. Dakisolatie is een prima investering en is te vergelijken met 8% rente op je spaarrekening. Momenteel is de rente op je spaarrekening bijna 0 dus geen verkeerde keuze.

Kies je isolatiemateriaal

Kies een isolatiemateriaal dat bij jouw dak past. Kijk altijd goed naar de isolatiewaarde. Is ruimte geen probleem? Dan kun je voor dikker materiaal kiezen. Heb je weinig ruimte? Kies dan voor een dunner materiaal met goede isolatiewaarde. Een eenvoudige en efficiënte manier om u zolder van binnenuit te isoleren is bijvoorbeeld met PG Roofing thermische isolerende voorzetpanelen. Deze relatief dunne voorzetelementen zijn kant-en-klaar en gelijk en eenvoudig te bevestigen tegen het dakbeschot. Afwerken kan met bijvoorbeeld stuc- of sauswerk.
Isolatie met de PG Roofing creëert een ruimte zonder vochtproblemen, koudebruggen en/of warmtelekken en zorgt voor meer thermisch comfort.

Vele voordelen van isoleren

Naast het feit dat (beter) isoleren de bovenstaande ongemakken kan oplossen of voorkomen, brengt het ook vele voordelen met zich mee. Een huis dat goed geïsoleerd is levert bij verkoop bijvoorbeeld veel meer op dan een slecht geïsoleerd huis. Investeer je in isolatie, dan investeer je dus niet alleen in thermisch comfort maar ook in de waarde van je eigen woning. Een ander bijkomend voordeel is dat je minder hoeft te stoken wat weer resulteert in een lagere energierekening. Daarmee doe je – naast je portemonnee – ook het milieu een groot plezier, aangezien er sprake is van minder uitstoot van CO2. Daarmee verklein je je ecologische voetafdruk weer een beetje waar toekomstige generaties je mogelijk dankbaar voor zullen zijn.

Kan ik ook in 2021 nog subsidie krijgen?

Jazeker, de subsidiekas is nog niet leeg. Naast de subsidie ISDE vallen de werkzaamheden voor isolatie (arbeidskosten) ook dit jaar onder het lage BTW tarief van 9%. Het verlaagde BTW tarief hoef je niet als subsidie aan te vragen maar wordt verrekend met de aannemer.

Ga naar www.rvo.nl voor alle details.

Meer lezen
27jan

Gebruik van hout aanmerkelijk gunstiger voor het klimaat

Het gebruik van hout in de bouw pakt aanmerkelijk gunstiger uit voor het klimaat dan op basis van de huidige MPG-systematiek wordt aangenomen. Dit blijkt uit een verkennend onderzoek van TNO naar het effect van vastlegging van koolstof in hout op de milieubelasting van een houten casco.

Dit zogenaamde biogene CO2 telt nu nog niet mee in de bepalingsmethode die gebruikt wordt in de wettelijk verplichte duurzaamheidstoets, de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG). Uit de berekeningen blijkt dat als biogeen CO2 wél wordt meegerekend de netto bijdrage aan klimaatverandering gerelateerd aan de productie van de houten woningcasco’s de helft lager is.

In het onderzoek wordt een model gebruikt waarin het biogene koolstof wordt meegenomen in de duurzaamheidsprestatie. Daaruit volgt dat als de koolstofopslag in hout in een levenscyclusanalyse (LCA) over een periode van 100 jaar wel wordt meergerekend, er netto 50% minder wordt bijgedragen aan klimaatverandering (in kg CO2 emissie equivalenten), dan in het scenario zonder CO2-opname.

HSB en CLT-casco

In het onderzoek is de klimaatimpact voor twee woningcasco’s berekend, in houtskeletbouw (HSB) en in kruislaaghout (CLT). Als de vastlegging van koolstof in hout meetelt, wordt de totale netto CO2 emissie gerelateerd aan de productie van de houten woningcasco’s veel lager. Bij HSB is sprake van een halvering, in het geval van CLT is de netto uitstoot van CO2 over honderd jaar zelfs negatief.

Meer lezen

Subsidies energiebesparing in 2021

Een nieuw jaar en dat betekent volle potjes (nieuwe) subsidies. Ten opzichte van 2020 zijn er een aantal wijzigingen. Zo is de SEEH-subsidie, de subsidie voor isolatiemaatregelen, komen te vervallen. Daar tegenover staat dat de ISDE (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing) ook beschikbaar is voor isolatiemaatregelen.

(Oude) SEEH-subsidie

De SEEH-subsidie was de subsidie voor isolatiemaatregelen. Deze subsidie kon je aanvragen wanneer je 2 of meer isolatiemaatregelen liet installeren door een professioneel bedrijf. De hoogte van de subsidie was ongeveer 20% van de kosten. Afgelopen juni werd zelfs bekend dat de subsidie tijdelijk verhoogd werd. Tot 31 december 2020 werden ongeveer 30% van de kosten vergoed. Sinds 4 januari 2021 is deze subsidie komen te vervallen. Er is nog steeds subsidie beschikbaar voor isolatiemaatregelen. Deze subsidie komt nu uit het ISDE-potje, waar ook andere duurzaamheidsmaatregelen mee worden gesubsidieerd.
Lees ook: Geld besparen met een duurzaam huis? Zo doe je dat!

ISDE 2021 (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing)

De ISDE-subsidie is beschikbaar voor iedereen die een eigen koopwoning heeft en waarbij deze woning ook het hoofdverblijf is. Je maakt aanspraak op deze subsidie wanneer je investeert in een warmtepomp, zonneboiler, aansluiting op het warmtenet of in een van de 5 typen isolatiemaatregelen. Je vraagt de subsidie altijd aan na installatie.

Warmtepomp

De subsidie voor een warmtepomp begint bij € 500. De exacte hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type warmtepomp. Voor een hybride warmtepomp van 5kW krijg je € 1.500 tot € 1.800 subsidie, wat ongeveer 40% van de aankoopprijs is. De subsidie voor een volledige lucht/water-warmtepomp start bij € 1.100 en voor een bodem-warmtepomp bij € 2.500. Hoe hoger het vermogen van de warmtepomp hoe hoger de subsidie. Wanneer je warmtepomp een A+ of A++ label heeft krijg je zelfs € 150 tot € 300 extra subsidie.

De RVO (Rjiksdienst voor Ondernemend Nederland) heeft een lijst opgesteld met de warmtepompen waar subsidie voor mogelijk is, inclusief een indicatie van de subsidie. Staat jouw warmtepomp niet op de lijst? Dan dien je de productbeschrijving en technische documentatie mee te sturen met de subsidieaanvraag. De RVO controleert of je alsnog recht hebt op de subsidie.

Voorwaarden subsidie warmtepomp

  • De warmtepomp is een nieuw product
  • De warmtepomp is geïnstalleerd na 30 juni 2020
  • De warmtepomp wordt geïnstalleerd in een woning waar een omgevingsvergunning voor is aangevraagd vóór 1 juli 2018
  • De installatie wordt gedaan door een bouw installatiebedrijf
  • Het factuur en betaalbewijs van de aanschaf en installatie kan je laten zien
  • Je hebt niet al eerder subsidie aangevraagd voor een warmtepomp

De aanvraag moet gedaan worden binnen 12 maanden na de installatie. Doe je de aanvraag tegelijk met een aanvraag voor een isolatiemaatregel? Dan kan je tot 12 maanden na de installatie van de eerste maatregel, dan wel de isolatiemaatregel dan wel de warmtepomp, subsidie aanvragen.

Ga voor de officiële voorwaarden naar www.rvo.nl. Die voorwaarden zijn rechtsgeldig.
Lees ook: Een warmtepomp kopen? Doe eerst de 50-gradentest

Zonneboiler

De subsidie voor een zonneboiler ligt ongeveer tussen de € 600 en € 2.000. Een zonneboiler voor 4 personen kost gemiddeld € 3.000 en hier is een subsidie voor beschikbaar van ongeveer €1.000. Dit betekent een vergoeding van ruim 30% van de kosten. De exacte bedragen per type zonneboiler vind je terug op de lijst van het RVO.

Voorwaarden subsidie zonneboiler

  • De zonneboiler is een nieuw product
  • De zonneboiler is geïnstalleerd na 30 juni 2020
  • Er is een omgevingsvergunning voor de woning aangevraagd voor of op 30 juni 2018
  • De installatie wordt gedaan door een bouw installatiebedrijf
  • Het factuur en betaalbewijs van de aanschaf en installatie kan je laten zien
  • Je hebt niet al eerder subsidie aangevraagd voor een zonneboiler

De aanvraag moet gedaan worden binnen 12 maanden na de installatie. Doe je de aanvraag tegelijk met een aanvraag voor een isolatiemaatregel? Dan kan je tot 12 maanden na de installatie van de eerste maatregel, dan wel de isolatiemaatregel dan wel de zonneboiler, subsidie aanvragen.

Ga voor de officiële voorwaarden naar www.rvo.nl. Die voorwaarden zijn rechtsgeldig.

Aansluiting warmtenet

Sinds dit jaar is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor een aansluiting op het warmtenet. De subsidie voor een aansluiting bedraagt € 3.325.

Voorwaarden subsidie aansluiting warmtenet

  • Een warmteleverancier realiseert de aansluiting
  • De aansluiting is gedaan na 1 januari 2021 en voordat je de subsidieaanvraag doet
  • Je hebt een bewijs dat je van het aardgas bent afgesloten
  • Je hebt een overeenkomst met een warmteleverancier
  • Je gasmeter wordt verwijderd en je bent afgesloten van het gasnet
  • Er is nog niet eerder subsidie verstrekt voor de aansluiting van je woning op het warmtenet

De aanvraag moet gedaan worden binnen 12 maanden na de aansluiting op het warmtenet. Doe je de aanvraag tegelijk met een aanvraag voor een isolatiemaatregel? Dan kan je tot 12 maanden na de installatie van de eerste maatregel, dan wel de isolatiemaatregel dan wel de aansluiting op het warmtenet, subsidie aanvragen.
Ga voor de officiële voorwaarden naar www.rvo.nl. Die voorwaarden zijn rechtsgeldig.

Isolatiemaatregelen

Isolatiemaatregelen worden sinds 4 januari 2021 ook gesubsidieerd met de ISDE-subsidie. Om in aanmerking te komen voor subsidie voor isolatiemaatregelen moet je binnen één jaar 2 delen van je huis isoleren: dak, vloer, buitenmuren of ramen. Of je combineert één isolatiemaatregel met de installatie van een warmtepomp, zonneboiler of aansluiting op het warmtenet.

Voor welke isolatiemaatregelen is er subsidie beschikbaar?

Er zijn vijf maatregelen waar je subsidie voor kunt aanvragen:

  • Vloerisolatie of bodemisolatie
  • Spouwmuurisolatie
  • Dakisolatie of zoldervloer
  • HR++ glas of triple glas, kozijnpaneel of isoleren deur
  • Isolatie van de buitenmuur met een voorzetwand aan de binnenkant of isolatie vanaf de buitenkant

Voorwaarden subsidie isolatiemaatregelen

  • 1 isolatiemaatregel moet altijd gecombineerd worden met tenminste 1 andere maatregel. Dat kan een ander type isolatiemaatregel zijn of een warmtepomp, zonneboiler of aansluiting op het warmtenet.
  • Je moet voldoen aan de minimale aantal m² van een type isolatiemaatregel. Meer informatie in de tabel hieronder.
  • Bij HR++ glas of triple glas moet het bestaand glas vervangen.
  • Voor triple glas is het verplicht om ook de kozijnen te vervangen voor isolerende kozijnen.
  • De uitvoering moet worden gedaan door een bouw installatiebedrijf.
  • Wordt er PUR of PIR gebruikt voor vloer- of bodemisolatie, spouwmuurisolatie of dakisolatie? Dan moet dit zijn aangebracht met een HFK-vrij blaasmiddel.
  • Er is nog niet eerder subsidie verstrekt voor dezelfde type isolatiemaatregel.

De aanvraag moet gedaan worden binnen 12 maanden na het aanbrengen of de installatie van de eerste (isolatie)maatregel.
Ga voor de officiële voorwaarden naar www.rvo.nl. Die voorwaarden zijn rechtsgeldig.

Voorwaarden aantal m² en isolatiewaarde en de subsidiebedragen per isolatiemaatregel

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het type isolatiemaatregel. Per isolatiemaatregel geldt een minimum en maximum oppervlak en een minimale isolatiewaarde waar het aan moet voldoen.

Bron: RVO

Bron: RVO

Om je een idee te geven wat dit betekent voor jouw type woning heeft Milieu Centraal een indicatie van de subsidie berekend per type woning.

Tussenwoning
Uitgangspunt is een gemiddeld dak oppervlak van 58m², raamoppervlak van 19m², geveloppervlak van 39m² en vloeroppervlak van 44m².

Hoekwoning
Uitgangspunt is een gemiddeld dak oppervlak van 62m², zoldervloer of platdak van 43,5m², raamoppervlak van 24m², geveloppervlak van 98m² en vloeroppervlak van 46m².

2-onder-1 kap
Uitgangspunt is een gemiddeld dak oppervlak van 66m², raamoppervlak van 27m², geveloppervlak van 99m² en vloeroppervlak van 58m².

Vrijstaande woning
Uitgangspunt is een gemiddeld dak oppervlak van 180m², raamoppervlak van 28,2m², geveloppervlak van 152m² en vloeroppervlak van 88m².

Subsidie aanvragen

De subsidie vraag je altijd aan nadat je de maatregelen hebt laten uitvoeren. Zorg wel dat je dit binnen 12 maanden na de uitvoering doet. Het aanvragen van de subsidie gaat via het E-loket van de RVO. De RVO heeft een handig stappenplan opgesteld zodat je precies weet wat je nodig hebt en wat je kunt verwachten. Houdt in ieder geval je DigiD en de bewijzen van de uitvoering van de maatregel bij de hand.
Na de subsidieaanvraag ontvang je een ontvangstbevestiging van de RVO per e-mail. Binnen 13 weken wordt per post duidelijk of de subsidie is toegekend.

Benieuwd naar de energiebesparende mogelijkheden in jouw woning?

Via de handige woningcheck zie je direct welke duurzaamheidsmaatregelen mogelijk zijn in jouw woning. Heb je liever direct gratis advies? Maak een afspraak dan bespreken we samen met jou wat er mogelijk is in jouw situatie.

Meer lezen
29dec

Isolatie subsidiemogelijkheden

Isolatiesubsidie mogelijkheden

De Rijksoverheid stimuleert woningeigenaren en VvE’s om energiebesparende maatregelen te treffen middels de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH).
De subsidie voor eigenaar én bewoner is open van 2 september 2019 tot en met 31 december 2020. De subsidie voor Verenigingen van Eigenaren loopt tot en met 31 december 2022.
De producten en diensten van Warmteplan B.V. vallen onder deze energiebesparende maatregelen, bijvoorbeeld met onze dak-, wand-, gevel-, of vloerisolatie.
Wilt u in aanmerking komen voor de SEEH voor eigenaar én bewoner? Dan gelden de volgende criteria en voorwaarden:

Voorwaarden SEEH op een rijtje voor eigenaren en bewoners

– U laat minstens 2 energiebesparende isolatiemaatregelen uitvoeren.
– U bent in het bezit van een geldig burgerservicenummer (BSN).
– De woning is uw eigendom én hoofdverblijf, of wordt uw hoofdverblijf na renovatie.
– Voor de betreffende woning is nog niet eerder een SEEH-subsidie verstrekt.
– U vraagt de subsidie aan nadat de maatregelen uitgevoerd en betaald zijn.
– De maatregelen zijn uitgevoerd vanaf de openstelling van de regeling op 15 augustus 2019. Voor maatregelen die al eerder zijn uitgevoerd, kunt u geen subsidie krijgen.
– U laat de maatregelen uitvoeren binnen de bestaande thermische schil. Dit betekent dat u voor aan- of nieuwbouw aan uw woning geen subsidie krijgt. U moet hiervoor voldoen aan het Bouwbesluit 2012.
– U laat alle maatregelen uitvoeren door één of meer deskundige bedrijven met een KVK-inschrijving in de sectie bouwnijverheid (hierna: bouwbedrijf).
– Het is niet toegestaan dat de eigenaar én bewoner zelf de maatregelen uitvoert.

Bron: Rijksoverheid

Uitvoerdersformulieren

– Bij uw aanvraag voegt u één of meer uitvoerdersformulieren.
– Op de uitvoerdersformulieren geven de uitvoerende bouwbedrijven nauwkeurig aan hoeveel m2 of stuks van de energiebesparende of aanvullende maatregelen zijn uitgevoerd.
– Ook geven de bouwbedrijven aan dat de maatregelen voldoen aan de (kwaliteits)eisen en voorwaarden voor de subsidie, zoals de Rd- of U-waarde van het isolatiemateriaal. Deze kunnen zij opvragen bij leveranciers.
– Bij de uitvoeringsformulieren voegt u foto’s waarop duidelijk te zien is dat de maatregelen zijn uitgevoerd. – De bouwbedrijven zijn ervoor verantwoordelijk dat ze deze foto’s vóór het indienen van de aanvraag bij u aanleveren.
– Zijn de maatregelen aan de woningen door meerdere bouwbedrijven uitgevoerd? Dan laat u elk bouwbedrijf het uitvoerdersformulier invullen voor de maatregel(en) die dat bedrijf heeft uitgevoerd.
– U bent er als aanvrager voor verantwoordelijk dat alle uitvoerende bouwbedrijven de uitvoerdersformulieren naar waarheid, volledig en leesbaar invullen en ondertekenen.
– Sla de formulieren eerst op uw harde schijf op en voeg ze daarna bij de aanvraag.

Overige financieringsmogelijkheden

U kunt ook kijken bij de Subsidiewijzer om te zien of er binnen uw gemeente of regio aanvullende maatregelen zijn wat betreft energiebesparende maatregelen.

Meer lezen

Beton of bio-based bouwen?

Niet tegen beton

“Onbegrijpelijk”, vindt onder meer Norbert Schotte, innovatiemanager bij VORM. Hij wist vorige week niet wat hij las en ondernam direct actie. Schotte trommelde in amper zes dagen tijd 13 bouwers en architectenbureaus (zie kader) bij elkaar die zijn verontwaardiging delen.

Ze zijn niet tegen beton, maar signaleren dat de rekenmethodieken die worden gebruikt voor het berekenen van de milieubelasting van bouwmaterialen niet doen waarvoor ze zijn bedoeld, namelijk het beperken van de CO2-emissie tijdens de productie van bouwmaterialen. “Wij doen een oproep aan politiek en beleidsmakers om, voorbij de belangen van de bouwindustrie, te zorgen voor rekenmethodieken die het gebruik van zeer emissievriendelijke materialen sterk bevorderen”, schrijven zij in het manifest.

De forse impact van een woning

Volgens de ondertekenaars wordt de kans dat Nederland de Parijs-doelstelling haalt van 1,5 graad temperatuurstijging met de dag kleiner. Ze vinden het van belang dat klimaatverandering wordt tegengegaan. Juist ook, omdat er de komende tien jaar in Nederland nog 1 miljoen nieuwe woningen moeten worden bijgebouwd.

“Het bouwen van woningen heeft een forse impact op de directe uitstoot van CO2 (ca. 10 procent van de jaarlijkse uitstoot). Als we de CO2 uitstoot van onze sector fors willen reduceren, zullen we alternatieven moeten inzetten voor materialen die geproduceerd worden met fossiele brandstoffen. Dat gaat verder dan het gebruik van circulaire materialen omdat in de gehanteerde rekenmethodieken de productie-uitstoot nauwelijks wordt meegerekend.”

Ze vinden het vreemd dat biobased materialen nauwelijks beter uit de verf komen in de rekensommetjes dan traditionele, waarbij juist veel CO2 vrijkomt tijdens de productie ervan. “Biobased materialen slaan CO2 op. Daarnaast is er geen sprake van uitstoot door productie van een fossiel alternatief. Dubbele winst dus. Maar ook het gebruik van reststromen uit land- en tuinbouw biedt kansen.”

De duurzame bouwrebellen signaleren dat steeds meer institutionele beleggers en projectontwikkelaars, architecten en bouwers bezig gaan met duurzaam bouwen. De echte doorbraak komt echter pas los als de regels deugen. “Om als sector écht te kunnen verduurzamen, zal er eerlijk gekeken moeten worden naar de milieu-impact van materialen.”

Fossiele materialen juist ten onrechte beloond

Waar biobased materialen onvoldoende worden beloond in de cruciale rekensommetjes voor duurzaam bouwen, worden producten zoals beton en staal juist overgewaardeerd, aldus de opstellers. Dat komt omdat de CO2-uitstoot tijdens de productie ervan nauwelijks meetelt. Dat heeft volgens de ondertekenaars van het manifest te maken met “vage herbestemmingen” van deze producten aan het einde van hun levensduur.

“Die dubbele benadeling van biomaterialen is niet uit te leggen aan navolgende generaties. Het klopt feitelijk ook niet. Een product als CLT (Cross Laminated Timber) met droge verbindingen zal in de praktijk worden hergebruikt na zijn eerste functie. Daarna krijgt het wellicht zelfs nog een derde leven als plaat- of isolatiemateriaal.”

Biobased materialen hebben nog meer voordelen, benadrukken de opstandelingen. Ze wijzen op de prefabmogelijkheden en het daarbij horende dalende aantal transportbewegingen. Dat is weer gunstig voor de stikstofemissie. “Ook dragen houtconstructies bij aan een gezonder binnenklimaat door hun vocht- en warmteregulerende eigenschappen. Een ander belangrijk aspect is dat het telen van bouwgewassen kan bijdragen aan nieuwe verdienmodellen voor de Landbouw. Een sector die ons zeer na aan het hart ligt en echt kan helpen het verschil te maken bij de omschakeling naar emissievrije bouwplaatsen.”

Biobased waar het kan, beton waar het moet

De biobased-supporters roepen overheden en opdrachtgevers op om zoveel mogelijk biomaterialen te gebruiken waar dat mogelijk is. “Als collectief uit de bouwsector willen wij bijdragen aan een duurzamere wereld en ons niet laten vertragen door traditionele rekenmethodieken. Wij vragen als marktpartijen dat politiek en beleidsmakers CO2-opslag meenemen in de huidige instrumenten die gebruikt worden voor de MPG-berekening, zodat er een eerlijk speelveld ontstaat voor biobased materialen waardoor we een verduurzamingsslag kunnen maken.”

Het manifest van bouwers en architecten kan worden gezien als historisch. Normaal gesproken laten ondernemers zich in het politieke debat vertegenwoordigen door brancheorganisaties zoals Bouwend Nederland en de BNA. In gesprek met Cobouw licht initiatiefnemer Schotte van VORM toe waarom nu anders is besloten. “Ik heb nog nooit een revolutie gezien die vanuit een brancheorganisatie is ontstaan”, verklaart Schotte. “Het vreemde is verder dat die CO2-opslag in andere landen in de EU wel meetelt. Wat dat betreft zijn wij het sukkeltje van de klas.”

Meer lezen

De invloed van temperatuur op lijmen en voegmiddelen

Temperatuur en luchtvochtigheid hebben grote invloed op het verhardingsproces van lijmen en voegmortels. Nu de koude periode er weer aan komt, is het extra belangrijk om daar op te letten. Bij producten op cementbasis zijn onder de 5 °C aanvullende maatregelen nodig om schade te voorkomen.

Voor lijm- en voegproducten op cementbasis ligt de ideale temperatuur voor verwerking op 15 tot 20 °C. Bij temperaturen tussen 5 en 15 °C zijn de producten nog goed te verwerken, maar reageren ze wel anders. Nu de temperaturen dalen, adviseert Omnicol verwerkers van poeder- en pastalijmen, egalines, voegmortels en gevelsteenlijmen dan ook hun verwerkingsmethodiek daar op aan te passen. Onder de 5 °C stopt het verhardingsproces zelfs en kun je de producten alleen nog binnen verwerken. Moet je toch per se buiten aan de slag, conditioneer de werkplek dan goed met bijvoorbeeld een overkappingen met verwarming. Pastaproducten zijn iets minder gevoelig, maar ook daar stopt het proces bij 0 °C.

Meer dan buitentemperatuur

Voor de verharding is niet alleen de buitentemperatuur van invloed, maar ook de temperatuur van de ondergrond en van de te verwerken materialen. Materialen moeten dan ook vorstvrij worden opgeslagen. Ook het water dat je gebruikt bij de bereiding, is van invloed. Op een bouwplaats kan dat water soms ijskoud zijn, wat niet goed is voor de lijm of de mortel. Soms kan ook de verleiding ontstaan om bij koud weer juist warm water te gebruiken. Maar dat beïnvloedt de processen in het product en verkort de tijd waarin het verwerkbaar is, waarschuwt Omnicol.

Langere open tijd

Bij koud weer kan de open tijd wat langer zijn, maar laat je niet verleiden om te grote vlakken alvast van lijm te voorzien. Houd hier per situatie rekening mee en pas daartoe het werk- dan wel lijmoppervlak aan. Vermijd bij alle producten tijdens de verwerking en afbinding vocht, tocht en directe blootstelling aan vorst.
Zorg er ook voor dat voor aanvang zowel ondergrond als het te verlijmen materiaal niet bevroren is of een temperatuur beneden de 0 graden heeft.

Langere tijd verwarmen

Door de lage temperaturen neemt de verhardingstijd toe. Daarbij is het belangrijk dat in die verhardingstijd de temperatuur van het uitgevoerde werk hoog genoeg is en constant blijft. Het volstaat dus niet om alleen te verwarmen tijdens het lijmen of voegen. Te vaak gebeurt het dat aan het eind van de werkdag de verwarming uitgaat en het net uitgevoerde lijm- en voegwerk bloot staat aan de nachtelijke kou. Dat verstoort het verhardingsproces zodat de aanhechting minder wordt. Vloeren zijn hierdoor de volgende ochtend ook niet beloopbaar. De condensvorming die hierdoor optreedt, kan onder andere zorgen voor verkleuring van het voegwerk.

De eerste verharding is het belangrijkste. Die beslaat de eerste 24 uur. De maximale sterkte van cementproducten is echter pas na 28 dagen bereikt. Het werk zou dan ook in ieder geval de eerste week moeten worden afgeschermd tegen te lage temperaturen en invloeden als regen en wind.

Niet forceren

Gebruik van warmtekanonnen of andere warme luchtstromen om droging van bijvoorbeeld voegwerk te versnellen, raden we dringend af. Zorg daarentegen wel altijd voor een goede ventilatie en eventueel voor een luchtontvochtiger.
Let op: de langere uithardingstijd geldt ook voor bijvoorbeeld egalisatiemortels en impregneringen van de ondergrond. Breng die dus tijdig aan en probeer niet de uitharding hiervan te forceren.

De gouden regel bij dit alles blijft: Volg de verwerkingsvoorschriften op de verpakking van het product en de beschikbare technische fiches om zo problemen voor de toekomst te voorkomen.
Met de juiste voorbereiding kun je dus gerust doorwerken, ook tijdens de voor ons liggende koudere periode. Doe wel een dikke jas aan! En bij twijfel of voor adviezen over doorwerken in de winter kun je natuurlijk altijd terecht bij VDZPROJECTEN VOOR ADVIES

Meer lezen
Hout flink benadeeld in overheidseisen duurzaam bouwen’
8dec

Hout flink benadeeld in overheidseisen duurzaam bouwen

Tussen lobbyisten en wetenschappers woedt een ijzige strijd over de norm voor duurzaam bouwen. Hoewel biobased materialen, zoals hennep en hout Co2 opslaan, komt dat totaal niet tot uiting in de duurzame eindscore van een gebouw: “De beton- en staalsector maken de dienst uit

Met het oog op de klimaatdoelstellingen lijkt het toepassen van biobased bouwmaterialen niet meer dan logisch. Hout, hennep, maar ook bamboe hebben namelijk als grote voordeel dat ze geen CO2 uitstoten, maar gedurende de gebruiksduur van een gebouw CO2 opslaan. Toch telt die prettige eigenschap van plantaardige bouwmaterialen niet mee in de rekensommetjes voor duurzaam bouwen “Onbegrijpelijk”, vinden fanatieke houtbouwers en wetenschappers.

Het heeft alles te maken met de machtige beton- en staallobby die in Europese normcommissies de dienst zouden uitmaken, stellen zij. “Afgelopen jaar is de norm (NEN-EN 15804) weer aangepast. Expliciet staat daarin dat je tijdelijke CO2-opslag niet mag waarderen in de berekening voor een duurzaam gebouw over de hele levensduur”, verklaart Mantijn van Leeuwen, algemeen directeur van het NIBE.

Met het oog op de klimaatdoelstellingen lijkt het toepassen van biobased bouwmaterialen niet meer dan logisch. Hout, hennep, maar ook bamboe hebben namelijk als grote voordeel dat ze geen CO2 uitstoten, maar gedurende de gebruiksduur van een gebouw CO2 opslaan. Toch telt die prettige eigenschap van plantaardige bouwmaterialen niet mee in de rekensommetjes voor duurzaam bouwen “Onbegrijpelijk”, vinden fanatieke houtbouwers en wetenschappers.

Het heeft alles te maken met de machtige beton- en staallobby die in Europese normcommissies de dienst zouden uitmaken, stellen zij. “Afgelopen jaar is de norm (NEN-EN 15804) weer aangepast. Expliciet staat daarin dat je tijdelijke CO2-opslag niet mag waarderen in de berekening voor een duurzaam gebouw over de hele levensduur”, verklaart Mantijn van Leeuwen, algemeen directeur van het NIBE.

Hout versus beton

Kort gezegd redeneert de huidige norm dat de CO2-opslag van materialen, zoals hout niet mag worden meegerekend, omdat het tijdelijk is. Omdat hout aan het einde van haar levensduur wordt verbrand, levert dit volgens tegenstanders netto geen positief resultaat op.

Een kapitale denkfout, vindt Pablo van der Lugt, schrijver van het boek Tomorrow’s Timber. Hij snapt niet dat de norm (MPG) die tijdelijke opslag van Co2 niet meetelt. “Een kuub hout slaat circa 1 ton CO2 op, tijdens productie van bijvoorbeeld CLT komt ongeveer 150 kilo CO2 vrij – dat is inclusief drogen, transport en de 1 procent lijm die wordt gebruikt – een fractie van de opgeslagen CO2.”

Van Leeuwen is het daar mee eens. Ook hij vindt het vreemd dat tijdelijke CO2-opslag geen rol van betekenis speelt in de eindscore voor een milieuvriendelijke woning. “Om Parijs te halen moet Nederland af van 160 miljoen ton CO2. Maar als we blijven bouwen zoals we nu bouwen gaat heel ons CO2-budget daaraan op. Zou je alle woningen in hout bouwen dan levert je dat juist elk jaar 1 miljoen ton besparing op. Nu doen we net alsof die opslag geen effect heeft op de klimaatverandering, terwijl het dat wel heeft.”

MPG-nul-woning

Over het feit dat houten gebouwen een medicijn kunnen zijn tegen de klimaatverandering bestaat bij de expert geen enkele twijfel. Hij maakt wel een kanttekening: “Tegenover bouwen in hout moet altijd duurzaam bosbeheer staan. Met andere woorden: we moeten het bos niet vernietigen om te kunnen bouwen.” Uit een nog niet verschenen rapport van TNO zou ook blijken dat houten huizen, kantoren en appartementen flink beter scoren dan huizen van beton als de norm wordt aangepast. “Tellen we opslag mee dan duikt een houten rijtjeshuis zelfs onder een MPG van nul.”

Om aan te geven hoe milieuvriendelijk een nieuw gebouw is, is die MPG(Milieuprestatie voor gebouwen) in Nederland leidend. Momenteel ligt de norm op een schaduwprijs van 1,0. Per 1 januari gaat die omlaag naar 0,8. “Ondanks de aanscherping is dat nog altijd een zinloze actie”, stelt NIBE-directeur Van Leeuwen. “De meeste huizen die we nu bouwen hebben al een MPG van 0,6. Koplopers in de bouw halen 0,4. Ik heb dat al duizend keer tegen het ministerie van Binnenlandse Zaken gezegd.”

Panische betonsector

De tijdelijke CO2-opslag-voordelen van biobased materialen worden vanaf 1 januari 2021 overigens wel zichtbaar gemaakt in de Nationale Milieudatabase (database van milieuprestaties bouwproducten). In de door de overheid aangewezen rekenprogramma’s zoals GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn, red.) kun je die pluspunten echter niet aanvinken. Van Leeuwen vindt dat de overheid ‘dat knopje’ zo snel mogelijk moet omzetten. Waarom dat in Nederland en Europa nog niet is gebeurd? Omdat de staal- en betonsector de dienst uitmaken in de normcommissies. Er staan grote belangen op het spel. De betonsector is hier panisch voor.”

Van der Lugt benadrukt dat de nieuwe mass timber producten zoals CLT en glulam bij droge verbindingen zeer geschikt is voor hoogwaardig hergebruik en dus nog veel langer CO2 kan opslaan dan nu wordt aangenomen. Verbranden, waarom zou je? “Ze vertegenwoordigen simpelweg teveel waarde om verbrand of verspaand te worden, dus zullen zeeen nieuwe bestemming krijgen in de bouw en daarmee de CO2 nog langer vastleggen. In een derde leven kan het verspaand worden voor plaatmateriaal, en ook dan blijft de CO2 opgeslagen. Pas in het vierde leven kan het verbrand worden ten behoeve van duurzame energie en komt de CO2 weer vrij. Hiermee kom je ruim boven de 100 jaar CO2 opslag die de IPCC ziet als permanente opslag. En in de tussentijd is het bos meermalen terug gegroeid (en ook daar extra CO2 opgeslagen).”

De directeur van het NIBE Van Leeuwen erkent dat niet alle discussies rondom duurzaam bosbeheer zijn beslecht. Zo is onduidelijk wat het beste moment is om een boom te kappen. Kort gezegd neemt een jonge boom minder CO2 op dan een hogere, oudere. “Biodiversiteit en de waarde van het bos spelen ook een rol. Oerbossen hebben een andere waarde dan productiebossen. Misschien moet je wel zeggen: we komen niet aan oerbossen. Hardhout houden we buiten schot.”

Nederland wil geen rechtszaak

Harry Nieman, directeur van SBK, de beheerder van de Nationale Milieudatabase, (wordt Stichting Nationale Milieudatabase) bevestigt dat het wel meetellen van tijdelijke CO2-opslag vooral gunstig zal uitpakken voor biobased materialen. “Ik ben geen LCA-specialist, maar tijdelijke opslag is vooral gunstig voor materialen zoals hout, zo simpel is dat. ”

Toch is hij niet van plan de norm aan te passen. Nieman benadrukt dat hij als beheerder van de Nederlandse bepalingsmethode de Europese norm volgt. “Wij hebben zelf geen behoefte om het anders te doen. Voor je het weet hebben we in Nederland een rechtszaak aan onze broek.” Van Leeuwen is daar niet zo bang voor. “Volgens mij zouden we in Nederland prima het experiment kunnen starten. Daarna kunnen we altijd nog naar Europa. Waarom dit noodzakelijk is? Alles wat we aan CO2 kunnen vastleggen halen we uit de atmosfeer. Maar we hebben – zeker in Nederland – niet genoeg ruimte om tien keer zoveel bomen te planten. Maar als je hout naar de stad brengt, sla je dubbel zoveel CO2 op met dezelfde ruimte.”

Blij van hout

Of er hout genoeg is? Schrijver en wetenschapper Pablo van der Lugt durft de stelling wel aan dat de helft van alle Nederlandse woningen aan het einde van deze eeuw uit hout is opgetrokken. “Waarom we meer in hout zouden moeten willen bouwen? Los van de duurzaamheidsvoordelen tonen steeds meer studies aan dat mensen gelukkiger, gezonder en productiever zijn in een houten gebouw. Daarnaast is het door de goede bewerkbaarheid perfect te prefabriceren en aan te passen in einde levensduur voor een nieuwe toepassing, met de hernieuwbaarheid dus dubbel-circulair. Dolgraag wil ik bijdragen aan de hernieuwbare samenleving. Het feit dat de gebouwde omgeving steeds weer terug groeit. Waanzinnig.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken was niet in staat om te reageren op vragen van Cobouw voor de gegeven deadline.

Meer lezen

    Heeft u nog vragen?